Notre Dame de Colombier

 

Over het kluizenaarschap

Stilte en afzondering

Het woord “heremiet” (‘kluizenaar’) komt van het Griekse ἔρημος (eremos), hetgeen betekent: een afgelegen, onbewoonde en verlaten plaats. Een heremiet is bij gevolg een monnik of een moniale die (buiten een klooster) in afzondering leeft. De eerste heremieten hadden ontdekt dat de stilte, de eenzaamheid en de matigheid ten aanzien van spijs en drank, het gebed aanmoedigt; door afstand te nemen ten aanzien van te grote zorgen van het dagelijkse leven, verlangden zij bewuster te leven onder de blik van God, in zijn tegenwoordigheid.

Omdat de kapel eigendom en monument is van de gemeente Montbrun, is deze toegankelijk voor het publiek, terwijl zowel het koorgedeelte van de kerk als de hermitage deel uitmaken van de “clausuur”. Achter het gespannen koord aan de ingang van het koor, en in de kluis zelf, leidt de heremiet een teruggetrokken leven van gebed, studie en arbeid.

Over de geschiedenis van de heremieten

Sinds het begin van de 4 eeuw bestaan er reeds christelijke kluizenaars. Na het einde van de grote vervolgingen van de christenen, trokken Egyptische monniken zich terug in de woestijn om er in stilte en eenzaamheid God te zoeken. Ze plaatsten zich onder de leiding van een geestelijke vader, een wijze grijsaard, en legden daarmee de basis van het latere monachisme (kloosterleven). Onder deze woestijnvaders bevonden zich beroemde heiligen, zoals Antonius de Grote (bekend door “De verzoeking van de heilige Antonius”), Paulus van Thebe, Evagrius Ponticus en Johannes Cassianus. Deze laatste twee waren van grote invloed op het monastieke leven in Europa.

Terwijl het merendeel van de monniken zich in kloosters hergroepeerden, zijn de heremieten altijd blijven bestaan. Zoals in het begin van het Egyptische kluizenaarschap, gaat het vooral om eenvoudige mensen, die meestal in een cel woonden, die gebouwd was tegen een afgezonderde kapel.

Deel uitmakend van de meubels van het heiligdom dat ze behoedden en onderhielden, waren ze er het biddende hart van, en brachten de rest van hun tijd door met het schoon houden en met kleine werkzaamheden om in het levensonderhoud te voorzien. Het is niet voor niets dat de heremiet van Notre Dame de Colombier (in het spoor van zijn broeder-kluizenaar in het hoge noorden van Nederland) zichzelf met enige zelfspot beschrijft als een “driesterren koster”. Maar hierachter gaat een oprecht en beproefd verlangen schuil: “Een ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen: dat ik in Gods huis mag wonen zolang ik leef”, zoals Psalm 26 zingt.

De hermitage van Notre Dame de Colombier

Medio 2018 gevestigd in een in onbruik geraakte en vervallen kerk en in een huisje dat nog wat aanpassingen vereist, wordt vooral een manier van leven voortgezet dat uitgedoofd was. In afzondering of in samenkomst, in kluis of kapel, zijn het plekken van gebed en stilte, waar een monnik-kluizenaar voor zorgt.

Bedevaartplaats

Zowel in de wereld als een beetje erbuiten, hebben hermitages sinds hun oorsprong mensen aangetrokken. Door deze praktijk zijn bij de kluizen bedevaartplaatsen ontstaan, die enigszins belastend waren voor het ideaal van een leven in afzondering. Sinds de 17 eeuw werken kluizenaars als hoeders van afgelegen kapellen, die bedevaartobjecten geworden zijn.

Na het verval van het heiligdom van Notre Dame de Colombier als plek van eredienst en bedevaarten, mede als gevolg van de ondergang van de priorij die er vroeger was en van de secularisatie in het algemeen, waren er de laatste jaren slechts nog twee momenten van eredienst per jaar.

Gebed en geestelijk leven

Het dagelijkse leven in de kapel en in de kluis vertoont veel gelijkenis met het bestaan van monniken en monialen in kloosters. Het is een leven dat steeds bestaat uit een afwisseling van werk en gebed. Meerdere gebedstijden scanderen iedere dag op vaste tijden (zie daarvoor op de volgende pagina).

Het doel van deze gebedsmomenten is het toewijden aan God van de verschillende uren van de dag; daarom ook spreekt men ook van het ‘getijdengebed’. Deze vorm van religieus leven, dat bestaat uit gebed en innerlijkheid, wordt ook wel contemplatief leven genoemd.

Over de spiritualiteit  Over père Theo  Kalender en gebed   Home