Notre Dame de Colombier

 

Geschiedenis

In de 11e eeuw wordt melding gemaakt van een groot dorp in de buurt van het kasteel van Montbrun. In die tijd was de gemeente groter dan die van Lézignan-des-Corbières. In 1258 nam Saint-Etienne de Cazillac, die deel uitmaakte van de monnikengemeenschap van Lagrasse, de naam aan van Saint-Estève (Catalaans en Occitaans voor Stefan). De kapel van Montbrun werd gesticht door de bisschop van Narbonne vanaf de viering van de relieken van Saint-Etienne, en daarvoor werd een priorij gebouwd (Priorij van Saint-Etienne de Montbrun, 1351). Het was een must voor de kruisvaarders die naar het Heilig Land vertrokken.

Een bedevaart vond plaats naar naar de kapel, toegewijd aan Notre Dame de Colombier, het heiligdom bestond uit een priorij tegenover een meer, dat de vlakte tegenover het kasteel bedekte. De monniken legden vervolgens het meer droog, zodat het is verdwenen. Echter, de kalkstenen bodem op deze plaats verraadt zijn vroegere aanwezigheid. De omvang van de kapel doet vermoeden dat zij de parochiekerk was van een oud dorp. Er omheen werden huizen gebouwd en zo werd het eerste dorp geboren. De kapel werd de zetel van een aartspriester.

Men ontving op luxueuze manier mensen van de kerk in het kasteel, er waren jongleurs, luitspelers en troubadours die de plaatsen levendig maakten. De heer van Montbrun stelt aan de dorpelingen een bakoven en een watermolen ter beschikking. De situatie langs de weg naar Narbonne bevordert de handel. Echter, een aantal pestepidemieën verhinderden de gemeente om zich naar behoren te ontwikkelen.

In de 14e eeuw was de kapel Notre Dame de Colombier dus een parochiekerk. Opgravingen onthulden de plaats van de huizen. De kapel bevond zich in het midden van deze priorij. Opgravingen op de begraafplaats die grenst aan de kapel Notre Dame en er omheen, hebben ‘cazals’ (verwoeste gebouwen) tevoorschijn gehaald, waaruit blijkt dat de plaats vroeger bewoond werd.

In 1355 valt de Zwarte Prins met 20.000 manschappen de Languedoc binnen tijdens de honderdjarige oorlog (1337-1543). Hij belegert de naburige gemeentes maar wordt bij Montbrun terug gedreven door de burggraaf van Narbonne. In die tijd woonden de dorpelingen van Montbrun in de vlakte; bij iedere bedreiging zochten hun toevlucht in het kasteel van het dorp. We moeten zeggen dat in die periode het kasteel van Montbrun tijdens de aanvallen de enige schuilplaats in de omgeving was. Het dorp zou dus zijn verdwenen door de oorlog en de pest.

Op anderhalve kilometer van het dorp, midden tussen de wijngaarden, kreeg Notre Dame de Colombier een begraafplaats aan het begin van de 19e eeuw. Deze volgde het kerkhof op, dat rondom de kerk van het dorp lag. Ook een kadastervertelling uit de 18e eeuw vermeldt dat Notre Dame de Colombier een oude parochiekerk was, met daaraan verbonden het plein, de begraafplaats, en de 'cazals' (vervallen gebouwen) van de oude pastorie. 

Het monument werd echter lange tijd aan de verwaarlozing overgelaten, totdat de classificeringsinstantie van 1907 er in 1950 een geclassificeerd historisch monument van maakte. Sindsdien interesseerde de gemeenschap zich voor haar monument. In 1952 had een eerste restauratiecampagne als taak de klokkentoren te herstellen. Daarbij werd een dakbedekking toegevoegd. Reeds in de 19e eeuw hersteld, werd de voorgevel opgeknapt in de loop van het jaar 1963.

Bronnen:

http://montbrundescorbieres.free.fr/hiscolombier.html

https://fr.m.wikipedia.org/wiki/Montbrun-des-Corbières

Beschrijving  De legende  Fotogalerij   Home