Notre Dame de Colombier

 

Beschrijving

Situering

In de Languedoc , aan de grenzen van de Minervois, tussen de berg Alaric en de rivier de Aude, staan de huizen van het kleine dorp Montbrun trapsgewijs op de laatste uitlopers van de Corbières. Er tegenover, in noordelijke richting, uitstekend boven de wijnvelden die haar omgeven, verheft zich de kapel van Notre Dame de Colombier, trouwe bewaakster van een oude begraafplaats.

Betekenis van de naam

‘Notre Dame’ betekent: ‘Onze Lieve Vrouw’. Binnen de katholieke traditie is dit de meest bekende en vertrouwde naam voor de heilige maagd Maria, de moeder van Jezus Christus.

‘Colombier’ heeft letterlijk de tweevoudige betekenis van: ‘duiventil’ en ‘ouderlijk huis’. In beide betekenissen verwijst ‘Colombier’ naar de legende, die aan de naam van de kapel verbonden is: zowel de duif als het ouderlijk huis spelen daarin een rol.

Beschrijving van de kapel

Het betreft een romaanse kapel waarvan het geheel gebouwd is in de 11e eeuw en het portaal in de 12e eeuw.

Het dorp “Le Lion” genoemd (De Leeuw) op de weg naar Moux werd verlaten tijdens de honderdjarige oorlog (1337-1453) en waarvan de dorpelingen hun toevlucht zouden hebben genomen tot de parochiële kapel en haar pastorie. Volgens de Vaticaanse archieven wordt een kerk “ecclesia de Montbruno” vernoemd in 1351. De omvang van het gebouw doet vermoeden dat het niet altijd een eenvoudige kerkhofkapel is geweest, alleenstaand in het veld. Hetgeen overigens blijkt een een 'compoix' (een rudimentair kadaster met beschrijving, landmeting en schatting van alle percelen, in de Franse regio's van de Occitaanse taal) uit de 18e eeuw, dat  "Notre Dame de Colombiez, oude parochiekerk, haar plein, haar kerkhof en de 'cazals' (vervallen gebouwen) van de oude pastorie" vernoemt.

Lange tijd verlaten, werd de kapel - al onderwerp van classificatie sinds 1907 - pas in 1950 als historisch monument geclassificeerd; sinds deze wettelijke bescherming, geniet zij de zorg van de gemeenschap van Montbrun, waarvan zij het mooiste sieraad is. In 1952 had een eerste restauratiecampagne betrekking op de klokkentoren die dreigde in te storten; sinds 1963 vertoont de westelijke gevel, reeds in de 19e eeuw hersteld, verontrustende tekenen van ongeregeldheid. Het geheel van het monument zou een volledige restauratie verdienen.

Apsis, schip en klokkentoren-portaal gezien vanuit het zuidwesten van de kapel

De (parochie-)kerk van Montbrun is een zeer mooi gebouw dat ligt in de lijn van kerken van de eerste zuidelijke romaanse kunst, talrijk in de regio, en waarvan zij door haar structuur en versiering een zeer representatief voorbeeld uitmaakt. 



Haar plattegrond is echter, door het unieke schip met een zeer uitspringende dwarsbeuk, uitzonderlijk in de regio, vooral voor een gebouw van deze omvang; deze vindt men slechts terug, in een meer ontwikkelde vorm, in de abdijkerken van Lagrasse (Aude) en van Quarante (Hérault).


Een halfronde apsis met koepelgewelf sluit direct aan op het kruis van de dwarsbeuk; de drie ramen, die de aandacht naar het licht trekken, bezitten de dubbele karakteristieke Lombardische sluitstenen.

Kleine kapel

Doopvont

 



Het gebouw bestaat uit een relatief breed schip van bijna 7 meter, verdeeld in drie travees door zware in de muren aangebrachte rechthoekige pilaren. Aan de 11e eeuwse kapel werd in de 12e eeuw het voorportaal met klokkentoren gebouwd. De oorspronkelijke toegangsdeur tot de kapel is dicht gemetseld. Momenteel staat op die plek een beeldengroep van de gekruisigde Christus, zijn moeder Maria en de apostel-evangelist Johannes.


In de late Gothiek werd de zwaartelijn in de doorgang van het schip op het noorden geflankeerd door een kleine vierkante kapel, gewelfd door spitsbogen, en op het zuiden door een klokkentoren, een massief portaal met het aanzien van een verdedigingstoren. Deze nogal zware toevoegingen zijn niet zonder schade geweest voor de stabiliteit van het monument, en hebben kunnen bijdragen aan het instorten van de gewelven. De buitenkant, in het bijzonder de apsis die omgeven is door oude cypressen, is zonder twijfel het meest aantrekkelijke en best bewaarde gedeelte van het gebouw, met zijn bewonderenswaardige decoraties van Lombardische banden (ofwel: boogfriezen) die zich hier ontwikkelen, niet alleen op de apsis, maar op het geheel van het dwarsschip.

Als men haar aandachtig onderzoekt, vertoont de constructie van de apsis, die op het eerste gezicht homogeen lijkt, in werkelijkheid twee types steenverband, volgens een indeling die men eveneens terug vindt in de kapel van Saint Germain in Cesseras. Heel de fundering van het monument - lisenen (verticale, iets uit de muur springende stroken, zoals een pilaster, maar zonder basis of kapiteel) en steunberen inbegrepen - is tot een hoogte van 2,5 meter gebouwd in kleine verlengde steenverbanden, in zeer regelmatige lagen en met brede willekeurig geslepen luteïne (donkergele) voegen, met talrijke nodige moerbouten op regelmatige afstanden. 



De lisenen, die op de apsis zijn geplaatst, en de kruisingen van het transept, zijn in dit onderste deel van de muren heel breed en gebouwd in hetzelfde steenverband, zoals het de regel is in het begin van de Lombardische kunst. Op een niveau dat gemarkeerd wordt door de basis van de ramen in de apsis, verandert het steenverband bruusk en gelijkmatig over de hele omtrek. Zo zijn de muren opgetrokken in middelgroot steenverband, onregelmatig, op de ongelijke lagen; de bouwblokken zijn summier geslepen uit een ongelijksoortig en bont materiaal, willekeurig Lutetien, licht kalksteen en tufsteen.

Bron: http://www.montbrun-des-corbieres.fr/media/notre_dame_de_colombier__071474100_1555_06052013.pdf, met dank aan Jacques en Sylvie Bacou uit Montbrun-des-Corbières, voor enkele aanvullende documenten.

Geschiedenis  De legende  Fotogalerij   Home